12-12-05

Jurassic Park

Jurassic Park (1993)

Now eventually you might have dinosaurs on your dinosaur tour, right?

Objectief: ****
Subjectief: *****

Op het verafgelegen eiland Isla Sorna heeft de excentrieke miljardair John Hammond wel een zeer bijzonder attractiepark op poten gezet: dankzij prehistorisch DNA is hij er in geslaagd dinosaurussen te recreëren en te klonen.
Maar alvorens het park voor het grote publiek geopend kan worden, moeten eerst enkele experts (de paleontoloog Alan Grant, de paleobotanicus Ellie Satler en de excentrieke wiskundige Ian Malcolm) hun deskundig oordeel over het oord en de diertjes vellen.
Wat een zuivere formaliteit moest worden, eindigt al snel in een nachtmerrie wanneer het van-de-laatste-snufjes-voorziene-high-tech park (“we spared no expence!”) toch niet zo veilig blijkt te zijn en het ene systeem na het andere het begint te begeven…

In afwachting van die andere monsterfilm die deze week uitkomt, heb ik me dit weekend nog eens vergaapt (heb je’m?) aan deze monsterhit (het is erg vandaag, mijn excuses!) “uit de oude doos”, want dat mogen we nu stilaan toch beginnen zeggen.
Het is bijna niet te geloven dat Jurassic Park al 12 jaar oud is. Zelfs nu zijn er weinig films waarvan de special effects zo overtuigend knap gemaakt zijn. De film heeft bij zijn release in 1993 de lat meteen torenhoog gelegd, en we hebben moeten wachten tot PJ’s Lord of the Rings om opnieuw een gelijkaardige “grensverlegging” mee te maken.
Nog steeds zit je op het puntje van je stoel wanneer die T-Rex toch ineens honger blijkt te hebben en uit zijn ‘paddock’ ontsnapt; de raptors in de keuken houden je nog altijd aan het beeld gekluisterd, en de zieke Triceratops roept nog steeds een bijna kinderlijke verwondering op.

De Special Effects zijn dan ook de grote sterkte van deze film. En het is een beetje jammer dat het daar ook wat bij blijft.
Mensen die het boek van Michael Crichton kennen, weten dat al de actie in se gebaseerd is op een dieperliggende, bijna “wetenschappelijk filosofische” kern (maar daar moet je nu zeker ook niet te veel achter zoeken). Via het personage Ian Malcolm beweert de auteur aan de hand van verschillende modellen uit de chaos-theorie (in 1989, toen het boek uitkwam, nog een vrij nieuwe discipline in de wiskunde) dat dergelijk park niet kan lukken. Het is een mathematische onmogelijkheid.
Vanzelfsprekend is in de film al die wetenschappelijke mambo-jambo zo veel mogelijk overboord gegooid (boring!) en het interessante personage van Malcolm is gereduceerd tot grapjas van dienst.
Ach, we begrijpen echt wel dat bioscoopbezoekers geen uiteenzetting over de nieuwste ontwikkelingen in de wiskunde en biologie wensen te zien. Maar wanneer deze afkeer voor alles wat iets of wat wetenschappelijk is of klinkt er voor zorgt dat er gaten komen in het verhaal, dan moeten we daarop toch reageren.
Waarom is die Triceratops ziek? Het antwoord, mijn beste lezertjes, hoor je niet in de film, maar je kunt het wel in het boek terugvinden (en ik ga het hier niet verklappen – spannend, hé?).
Als tegenargument kun je natuurlijk inbrengen dat, als zo’n park op ineenstorten staat en je achternagezeten wordt door enorme, happende hagedissen, je niet echt tijd hebt om uit te zoeken waarom zo een beest nu precies ziek is. Hij ligt er vooral om te laten zien tot wat voor mooie effecten de mannen van ILM in staat zijn, en in die missie slaagt hij met verve.

Over de acteerprestaties kunnen we vrij kort zijn. De sterren zijn de dino’s dus van de acteurs wordt vaak niet meer verwacht dan wat gekreun en geschreeuw. Oh, en ze moeten natuurlijk een goede fysieke conditie hebben.
Toch zijn er ook enkele positieve uitschieters. Zo zet Sam Neill best wel een charismatische Grant weer (zijn reacties op het zien van de Brachiosaurus en de Triceratops zijn bijna hartverwarmend), Jeff Goldblum doet wat hij kan met wat er overschiet van de “boek-Ian Malcolm” en toch ook nog een kleine vermelding voor Ariana Richards (Lex, één van de twee kleinkinderen van Hammond) die goed kan schreeuwen (en zo iedereen op zijn/haar zenuwen werkt).

Ondanks al de Emmentaler-gaten in het script (bijvoorbeeld dat ravijn dat ineens achter dat hek blijkt te liggen – hoe is die T-Rex dan in godsnaam kunnen ontsnappen??) is Jurassic Park een goede film, en dat is vooral te danken aan Steven Spielberg (menig ander regisseur had er een serieus potje van kunnen maken).
Doordat hij met mondjesmaat de spanning langzaam opbouwt, vergeten we al snel al die onregelmatigheden en voor we het goed en wel beseffen, liggen we onder ons dekentje te bibberen. Denk maar aan al het gedoe met de raptors. Deze “slimsten-der-dinosauriërs” (volgens de film en het boek toch) worden voor de eerste keer door Grant vermeld wanneer een ettertje zich wat smalend uitlaat over de kracht van deze beesten. Het blijken erg wrede en intelligente dino’s te zijn… en – we voelen de bui al hangen - waarschijnlijk zullen ze dan ook wel op dat eiland zitten… En ja hoor. Hammond heeft ze aan zijn collectie toegevoegd. We horen de beesten zelfs in actie (met de camera gericht op de gezichten van de bezoekers) wanneer ze (off camera) een koe aan repen scheuren. Toch is het is pas op het moment dat we het niet meer verwachten (wanneer alles juist beter lijkt te gaan), dat ze ontsnappen…
Ook de hele “arrivée” van de T-Rex (met dat glas water!) is natuurlijk klassieke cinema. Het is waarschijnlijk een cliché dat de diertjes pas opduiken wanneer het allemaal mis begint te gaan (ze lijken daar wel een zesde zintuig voor te hebben), maar het wérkt!

We kunnen dus stellen dat ondanks zijn fouten, Jurassic Park zeker zijn plaatsje tussen de “beste” films van de negentiger jaren verdiend. Als je er altijd van gedroomd hebt ooit eens een dinosaurus te zien, maar daar door praktische redenen (bijvoorbeeld het feit dat ze toch al zo’n 65 miljoen jaar uitgestorven zijn) nooit in geslaagd bent, geef je ogen dan maar goed de kost. They’re as real as they can get!

Weetjes:
- De merchandise die in de film verschijnt, werd ook in het echt (met veel succes) verkocht.
- Spielberg was zo zeker van zijn film, dat hij de post-productie in handen liet van zijn goede vriend George Lucas (dat verklaart misschien het een het ander…)
- Ariana Richards vond het vreselijk dat er van haar personage geen ‘action-figure’ was gemaakt (van ongeveer al de andere personages wel). Het kind schijnt in tranen uitgebarsten te zijn toen ze het vreselijke nieuws hoorde.

Links:
- Variety
- BBC
- Reelviews
- Roger Ebert

---------
Jurassic Park (1993)

Van Steven Spielberg

Met Sam Neill (Alan Grant), Laura Dern (Ellie Grant), Jeff Goldblum (Ian Malcolm), Richard Attenborough (John Hammond), Joseph Mazzello (Tim), Ariana Richards (Lex), Bob Peck (Muldoon), Wayne Knight (Dennis Nedry), Samuel L. Jackson,…

Script door Michael Crichton en David Koepp, gebaseerd op het boek van Michael Crichton

Muziek door John Williams

23:41 Gepost door Lachesis Benton | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Jurassic Park Weer ben ik het volledig eens met deze recensie. Vroeger vond ik dit een geweldige film (getuige de hoop dino's, het commandocentrum en Alan Grant en Robert Muldoon actiefiguurtjes die nu stof zitten te verzamelen), maar nu is het beste er toch af. Toegegeven: de dino's zijn cool en de special effects mogen er wezen (dat heb je als je ILM inhuurt) maar voor de rest is er aan deze film niet veel aan. Spielberg heeft er toch een leuke amusementsfilm van gemaakt. Verstand op nul en genieten zou ik zo zeggen.

Gepost door: Steve | 13-12-05

De commentaren zijn gesloten.