14-02-06

Dave

Dave (1993)

You don't really know how much you can do until you stand up and decide to try.

Objectief: ****
Subjectief: ****

President Mitchell van de Verenigde Staten huurt soms dubbelgangers in om zijn meer saaiere taken over te nemen. Zo kan hij zich met “interessantere” dingen bezig houden. Ook op Dave Kovic die sprekend op de president lijkt, wordt een beroep gedaan.
Wanneer de echte president plots een zware beroerte krijgt, wordt Dave gevraagd of hij zijn rol niet even wil verder zetten, niet wetende dat hij zo perfect in de kaart speelt van de op macht beluste stafchef Bob Alexander …

Machthebbers fascineren. Ik denk dat iedereen wel eens een vlieg zou willen zijn om te zien wat er zich achter de witte muren van het presidentiële huis van de Verenigde Staten afspeelt. Oké, misschien dan niet meteen als vlieg, maar je begrijpt het idee.
De meeste “president”-films en –series zijn vaak om te ernstiger (Nixon, The West Wing) of sterk satirisch (Primary Colors), en het Witte Huis lijkt niet meteen de meest voor de hand liggende locatie voor een romantische komedie (alhoewel me ineens The American President te binnen schiet, maar dat was dan eerder een romantisch drama).
In ieder geval, in Dave hebben de makers er eerder voor gekozen een soort bewerking van het gekende sprookje “De Prins en de Bedelknaap” te brengen (je weet wel, een prins en een bedelknaap die sprekend op elkaar lijken, besluiten van leven te wisselen – ik ben vergeten hoe het verhaal eindigt).

Eigenlijk kunnen we met het woord “sprookje” Dave mooi samenvatten. De verhaallijn is nu eenmaal vrij ongeloofwaardig: een gewone man regeert over het machtigste land ter wereld en – wonder boven wonder – doet dat veel beter dan zijn dubbelganger.
Bovendien – en opletten hier voor spoilers, begin anders maar gewoon de volgende alinea te lezen – overtuigt het hele schandaal dat ‘Bob Alexander’ op ‘Dave’ (als ‘President Mitchell’) wil afschuiven niet echt: waarom zou hij juist met dat schandaal naar de pers stappen waar hij ook zelf bij betrokken is? Sommige mensen willen gewoon in die spreekwoordelijke put vallen blijkbaar…

Maar dat alles buiten beschouwing gelaten is Dave zeker een erg aangename en ontspannende film.
Kevin Kline is goed gecast in de dubbelrol van ‘Dave’/’President Mitchell’. Hij heeft al eerder bewezen dat hij een goed komisch acteur is, en ook hier zorgt zijn ontwapende vertolking en goede komische timing voor enkele erg grappige scènes (zijn eerste optreden als stand-in, waarbij hij, tegen beter weten in, steeds enthousiaster begint te wuiven en uiteindelijk vol overgave uitroept, onder een daverend applaus, “God bless you! God bless America!!!” is onvergetelijk). Het is mooi om te zien hoe hij groeit in zijn “rol als president”, hoe hij dankzij toenemend zelfvertrouwen, en vooral zijn (bijna supermenselijke) goede inborst een fantastische en geliefde president wordt. En hoewel je weet dat het allemaal zo fake is als Pamela’s borsten, vraag je je (zoals bij alle mooie sprookjes) toch geregeld af: “Waarom kan zoiets niet in het echte leven?”

Sigourney Weaver lijkt een ietwat rare keuze als First Lady, en ik moet toegeven dat ze me nog altijd niet volledig kan overtuigen (maar niet dat ze daar van zal wakker liggen, natuurlijk). In het begin is ze perfect als de koele, diep ontgoochelde vrouw van “ladies’ man” Mitchell. Naar het gelang het verhaal verder gaat, zou ze echter meer en meer moeten ontdooien (uiteindelijk worden ‘Ellen’ en ‘Dave’ verliefd op elkaar), en dat is zo een beetje het probleem. Ze blijft altijd erg afstandelijk zodat je je afvraagt wat vriendelijke ‘Dave’ toch ziet in zo een koele kikker.
Frank Langella (binnenkort te zien als ‘Perry White’ in Superman Returns) heeft het nodige charisma om de smeerlap van dienst te spelen (zijn ogen doen je echt terugdeinzen). Kevin Dunn komt goed over als de meer gematigde en sympathieke ‘Alan Reed’.
Persoonlijke showsteler is Charles – norse pa uit Beethoven – Grodin. Voor zijn uitdrukkingen alleen al loont het de moeite de film te zien. Vooral zijn reactie wanneer hij beseft hoe de vork precies aan de steel zit tussen ‘Dave’ en ‘Ellen Mitchell’ is schitterend.
Let ook op de vele cameo’s van bekende medemensen: Jay Leno, Larry King, Arnold Schwarzenegger, Oliver Stone (die voor de eerste keer juist zit met zijn samenzweringstheorie!) en talrijke Amerikaanse politici komen hun zegje doen over de miraculeuze veranderingen in de president.

Het script helt soms nogal gevaarlijk over naar de melige kant en sommige stukken (vooral die tussen ‘Dave’ en ‘Ellen’) gaan nogal traag vooruit, maar gelukkig zijn er genoeg grappige dialogen en ‘gags’ die het verhaal draaiende houden.

Och, Dave is zeker geen meesterwerk en is waarschijnlijk ook niet meteen de meest originele film, maar wie ligt daar nu wakker van?
Deze luchtige, hollywoodiaanse kijk achter de schermen van het Witte Huis slaagt er telkens weer in me de volle 90 minuten te ontspannen en een heerlijk “feel good” gevoel te geven.
Maar pas op – de film houdt wel mentale risico’s in! Sinds ik ‘Dave’ in zijn pyjama op het balkon van het witte huis heb zien huppelen, zie ik steeds Bush hetzelfde doen. Brrrrr…

Weetjes:
- In de film liegt ‘Dave’ dat hij een vrouw heeft ontmoet die half-Amerikaans, half-Polynesisch is (“She’s Amnesian”). De vrouw van Kevin Kline, Phoebe Cates, is half-Amerikaans, half-Polynesisch.

Links:
- Reelviews
- BBC
- Variety
- Rolling Stone
- Roger Ebert

---------
Dave (1993)

Van Ivan Reitman

Met Kevin Kline (Bill Mitchell/Dave Kovic), Sigourney Weaver (Ellen Mitchell), Frank Langella (Bob Alexander), Kevin Dunn (Alan Reed), Ben Kingsley (Vice-President Nance), Ving Rhames (Duane Stevenson), Charles Groding (Murray Blum), …

Script door Gary Ross

Muziek door James Newton Howard

16:37 Gepost door Lachesis Benton | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-02-06

Pirates of the Caribbean - The Curse of the Black Pearl

Pirates of the Caribbean – The Curse of the Black Pearl (2003)

- You are without doubt the worst pirate I ever heard of.
- But you have heard of me…

Objectief: ****
Subjectief: *****

In de 18de eeuw waren de Caraïben niet meteen de meest veilige vakantieplek – je cruise zou wel eens duchtig in het –euh- water kunnen vallen door toedoen van een bende meedogenloze piraten. Wanneer Elizabeth Swann (Keira Knightley), de mooie dochter van de gouverneur, wordt ontvoerd door de meest gevreesde (en voor de gelegenheid ook vervloekte) zeerovers van de regio, besluit haar jeugdvriend Will Turner (Orlando Bloom) met de hulp (of toch niet?) van de geschifte piraat en opportunistische (of kapitein) Jack Sparrow (Johnny Depp) haar te gaan redden…

Ik heb altijd al een zwak gehad voor piraten. In mijn jeugd kon ik nooit genoeg krijgen van piratenfilms en dito boeken.
Het zal jullie dan ook niet verwonderen dat ik tijdens mijn eerste bezoek aan Disneyland (Paris), zo een vijftal jaar geleden, instinctief meteen naar Pirates of the Caribbean wou. Het is nog steeds mijn favoriete attractie. Het mag dan wel geen snelle rollercoaster zijn, en waarschijnlijk vinden de meeste onder jullie Space Mountain duizend keer toffer en interessanter, maar de hele sfeer, de decors, de afwerking en het oog voor detail, de muziek… het heeft nu eenmaal op ondergetekende een (erg) betoverende werking (ik zou speciaal naar het park terug gaan om er nog eens doorheen te gaan).
Maar goed, aangezien ik door Disney (nog altijd ;-)) niet betaald wordt om reclame voor hun parken te maken, zullen we het maar over die film hebben die van de attractie is afgeleid.
Jaja, je leest het goed. De film is gemaakt naar de attractie. Op zich is dat natuurlijk vrij uniek en bovendien niet voor de hand liggend want (en nu schiet ik in eigen borst) qua verhaal heeft de rit niet echt veel te bieden. Je ziet wat gevangen piraten, piraten die een stad plunderen, wat piraten die feest vieren, piraten als levende skeletten en natuurlijk ook piraten op zoek naar een schat.
Aan enkele scenarioschrijvers om die verschillende elementjes als een mooi kralensnoer aan elkaar te rijgen. En het is nog gelukt ook! Uit de pen van Ted Elliott en Terry Rossio is een spannend avonturenverhaal gevloeid, compleet met gekidnapte jongedames, knappe helden, een vervloekte schat, zwierige piraten en gekruid met spitsvondige dialogen.

De held van het verhaal is ‘Jack Sparrow’ (al dan niet ‘kapitein’), meesterlijk gespeeld door Johnny Depp. Toen ik de film voor de eerste keer in de bioscoop zag, wist ik helemaal niet wat ik van het personage moest denken. Hij leek wel het volledige tegenbeeld van al die piraten uit mijn jeugd. Dus wanneer ‘Norrington’ een beetje smalend tegen ‘Jack’ zegt dat hij ongeveer de slechtste piraat is die hij ooit ontmoet heeft, gaf ik hem heimelijk gelijk. Maar geleidelijk aan begin je ineens dat geglim in die donkere oogjes op te merken; je ziet de radertjes werken en voor je het goed en wel door hebt, besef je dat ‘Jack Sparrow’ ondanks zijn onnozele manier van doen de hele situatie naar zijn hand heeft gezet. Samen met ‘Norrington’ moeten we toegeven dat hij wel eens de beste piraat lijkt te zijn die er rond-euh-vaart.
Het personage wordt volledig gecreëerd dankzij Depp’s fantastische vertolking. Een ander acteur zou waarschijnlijk wel die doorsnee, klassieke piraat opgeleverd hebben. De oscarnominatie was dan ook meer dan verdiend, maar toch ook verrassend omdat de Academy niet de gewoonte heeft dergelijke “popcorn”-films met zo een grote nominatie te bekronen. Het benadrukt alleen maar Depp’s prestatie.

De andere acteurs rest de zware taak zich staande te houden bij zo veel acteergeweld. Oude rot in het vak Geoffrey Rush slaagt daar erg goed in. Hoewel zijn ‘Barbossa’ duchtig voorzien is van de nodige “zeeroverkapitein-clichés” (de nodige “Arrrrrrrrrrr!”-s, de grote hoed, … maar zonder papegaai, haak of houten been) en heerlijk bombastisch uit de hoek kan komen, is hij niet de typische slechterik. Rush geeft het personage een zekere diepgang (verwacht daar nu zeker niet te veel van!) zodat je toch met hem meeleeft (je gunt hem echt zijn appel!).
Dat is trouwens nog iets mooi aan het script: er zijn geen zwart-wit slechteriken. Zelfs ‘Commodore Norrington’ die zo gemakkelijk een arrogante, meedogenloze militair had kunnen zijn, is wel arrogant, maar verre van meedogenloos. Meer nog, hij is zelfs schappelijk te noemen.

Maar terug naar de acteurs.
Ook Keira Knightley weet goed haar plan te trekken. Deze film betekende haar doorbraak bij het grote publiek en vooral aan kleine dingen kun je zien dat ze echt wel goed kan acteren (bijvoorbeeld haar reactie wanneer de piraten denken dat ze het medaillon heeft laten vallen). Orlando Bloom daarentegen heeft het iets moeilijker om zich vanuit Depp’s (of Legolas’??) schaduw los te trekken. Dit was zijn eerste grote rol na zijn optreden in The Lord of the Rings (Jaja meisjes, dat blonde haar was fake!) en hij lijkt nog niet helemaal zijn draai gevonden te hebben. Oh, hij is zeker niet slecht. Hij heeft nu eenmaal pech dat hij het merendeel van zijn scènes deelt met een toevallig sublieme Depp. En tot overmaat van ramp lijkt de chemistry tussen Knightley’s ‘Elizabeth Swan’ en Depp’s ‘Jack Sparrow’ veel groter dan die tussen ‘Elizabeth’ en Bloom’s ‘Will’. Dit zou nog interessante verhaallijnen in de sequels kunnen opleveren, maar voor de een of andere reden (*kuch*Disney*kuch*) lijkt het ons vrij onwaarschijnlijk dat deze zullen gevolgd worden.

Nog een speciale vermelding van de special effects die echt overtuigend zijn. Vooral het gevecht in het maanlicht tussen ‘Barbossa’ en ‘Jack’ op het einde zit zeer knap in elkaar. En dat vieze geluid van die levende skeletten geeft me nog altijd de kriebels.

Kort samengevat: Pirates of the Caribbean – The Curse of the Black Pearl (we zullen maar onmiddellijk een onderscheid maken met de sequels) is een heerlijke avonturenfilm, vol verrassende plotwendingen, mooie effecten, een vermakelijk script en puike acteerprestaties. De film past in de categorie van “knap afgewerkt entertainment” en zal zelfs de meest volharde volwassene doen terugdenken aan die lang vergeten jeugd waarin piraten, zeemeerminnen, roodkapje en de boze wolf dagelijkse kost waren.

Ik kan niet anders dan met grote spanning (en ook wel met een klein hartje – wat gaan ze er van bakken?) uit te kijken naar de volgende zomer, want dan zal Pirates of the Caribbean – Dead Man’s Chest de cinemazalen onveilig maken…
A pirate’s life for me!

Weetjes:
- De “zwaluw” tatoeage van ‘Jack Sparrow’ was oorspronkelijk fake, maar Depp heeft hem, nadat alles gefilmd was, in het echt laten zetten, als eerbetoon aan zijn zoon Jack.
- Orlando’s beruchte LOTR-tatoeage (op zijn onderarm) komt in sommige scènes boven zijn kleren piepen (vb. tijdens ‘Will’’s gevecht met ‘Jack’).
- In case you’re wondering: de voornaam van ‘gouverneur Swann’ is ‘Weatherby’, ‘Commodore Norrington’ heet ‘James’ en ‘Barbossa’ werd door zijn moeder ‘Hector’ genoemd.
- In close-ups kun je zien dat Johnny Depp lenzen draagt. Deze werkten vooral als zonnebril, omdat hij anders door het straffe zonlicht teveel met spleetoogjes keek.

Links:
- Reelviews
- BBC
- Variety
- Roger Ebert

---
Pirates of the Caribbean – The Curse of the Black Pearl (2003)

Van Gore Verbinski

Met Johnny Depp (Jack Sparrow), Orlando Bloom (Will Turner), Keira Knightley (Elizabeth Swann), Jonathan Pryce (Governor Swan), Jack Davenport (Comodore Norrington), Geoffrey Rush (Captain Barbossa),…

Script door Ted Elliott en Terry Rossio

Muziek door Klaus Badelt (en vele anderen)

21:56 Gepost door Lachesis Benton | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

02-02-06

Stage Beauty

Stage Beauty (2004)

A woman playing a woman? Where's the trick in that?

Objectief: ****
Subjectief: ****

In de jaren 1660, is Edward ‘Ned’ Kynaston de beroemdste ‘Leading Lady’ op het Engelse toneel. Vrouwen mogen immers niet optreden en hiervan maakt hij handig gebruik.
King Charles II is het echter beu steeds dezelfde acteurs in dezelfde oude tragedies te zien. En vermits niemand zijn advies lijkt op te volgen om ‘Othello’ een beetje op te vrolijken met enkele goede grappen, beslist hij dat vrouwen voortaan wel op de bühne mogen staan. Op die manier hoopt hij een nieuwe wind door het theater te laten waaien. Ned krijgt ineens erg veel concurrentie.
De poppen gaan pas echt aan het dansen wanneer Maria, zijn kleedster, ook haar kansen als actrice wil wagen en de koning bovendien een nieuwe wet uitvaardigt die het mannen voortaan verbiedt om nog vrouwen te spelen…

Elk jaar zijn er naast de ontelbare marketing-gebooste blockbusters ook tal van kleinere films die onze (meer bescheiden) cinemaschermen vullen. Ik weet het, je zou het niet meteen zeggen aan deze blog, maar ook ik kan best wel die kleinere films appreciëren.
Stage Beauty is zo één van die pareltjes. De film is bijna volledig onopgemerkt aan het merendeel van de bioscoopgangers voorbij gegaan (en dit waarschijnlijk omdat hij bijna nergens gedraaid werd, of, áls hij al in het programma stond, op de meest onmogelijke uren – we gaat er nu om 18h naar de film ??).
Ik heb mijn schade gelukkig kunnen inhalen, et voilà, ziehier mijn bedenkingen ter uwer beschikking…

Stage Beauty doet op het eerste gezicht erg denken aan Shakespeare in Love. Er zijn inderdaad enkele punten van overeenkomst (oa. Shakespeare, al dan niet in levende lijve), maar gelukkig ook veel verschillen (geen vervelende Gwyneth Paltrow om er maar één te noemen!).
Ook in Stage Beauty vormt het Engelse toneel het –euh- toneel van de film. Wat in Shakespeare in Love langs de neus weg wordt aangegeven (alleen mannen die op de scène mogen staan – vandaar Violet’s verkleedpartij), vormt hier de basis van het verhaal.
Ondanks onze “brede” 21ste eeuwse geest is het voor de meesten nog altijd moeilijk om zich in te beelden dat ‘Juliet’, ‘Ophelia’ of ‘Desdemona’ werden gespeeld door mannen (bij voorkeur jonge knapen, falsetto incluus). Het lijkt ons dan ook vrij vanzelfsprekend dat er op een bepaald moment werd belist om weer vrouwen door vrouwen te laten spelen.
Stage Beauty “leert” ons dat dat allesbehalve zo was. “Vrouwen(rollen) spelen” was een hele specialiteit. Jonge acteurs leerden van kindsbeen af hoe zich te gedragen als de “perfecte vrouw”.

‘Ned’ is ook het product van zo een opvoeding. Hij meent perfect te weten hoe een vrouw zich voelt, hoe ze zich in verschillende situaties gedraagt en hoe ze uiteindelijk ook sterft.
Billy Crudup (één van de meest ‘underrated’ acteurs van Tinseltown – wie van jullie heeft al van hem gehoord?) zet op schitterende manier de twijfelende ‘Ned’ weer. Met de nodige flair en schijnbaar op het grootste gemak brengt hij de soms niet eenvoudige dialogen. Hij geeft het personage de perfecte dosis arrogantie (‘Ned’ was uiteindelijk de beste in wat hij deed) die je, hoe verder het verhaal vordert, steeds meer ziet afbrokkelen. Wat overblijft is één brok twijfel en onzekerheid over zijn (seksuele) identiteit. Want hoe kan een man die jarenlang vrouwenrollen gespeeld heeft, ineens weer een man spelen/worden? Wat maak een man een man en een vrouw een vrouw? En hoever zit er iets vrouwelijk in een man en iets mannelijks in een vrouw?

Ook Claire Danes is overtuigend als zijn jonge kleedster/rivale Maria. Ze komt hier en daar wat theatraal uit de hoek (en dan hebben we het niet over het acteerwerk van haar personage!) maar het stoort nooit echt, en veel hangt natuurlijk af van haar dialogen die nu eenmaal soms theatraal klinken.
Belangrijker is echter de prikkelende ‘chemistry’ die tussen haar personage en dat van Crudup bij tijden van het scherm spettert en zo schitterende scènes oplevert. Denk maar aan de hele ‘repetitie’ op het einde, waar ‘Ned’ onrechtstreeks opnieuw leert wat het is een man te spelen/zijn, en ‘Maria’ een vrouw (en niet langer een vrouw gespeeld door een man die een vrouw nabootst – nog mee?).
(Even tussendoor – blijkbaar was die ‘chemistry’ er ook in het echt – Crudup verliet zijn 7-maanden zwangere vriendin voor Danes).

Ook de bijrollen zijn goed gecast. Tom Wilkinson (nog zo een ondergewaardeerde acteur) is zijn degelijke zelf. Rupert Everett is hilarisch als ‘Charles II’. Hugh Bonneville is eens niet de smeerlap en ook Ben Chaplin weet zich goed staande te houden als Ned’s beschermheer/minnaar.

Bij historische films is het natuurlijk ook belangrijk dat ook de juiste sfeer wordt gecreëerd (hier die van het Engeland van de 17de eeuw). Kostuums, sets, de muziek en zelfs hier en daar een (bescheiden) beetje CGI brengen ons terug naar het Engeland van weleer.

Kern van de zaak: voor liefhebbers van Shakespeare in Love of van intelligente en pientere historische films is Stage Beauty zeker een aanrader. De film is zeker niet perfect (sommige plotwendingen zijn vrij onduidelijk (waarom wordt ‘Ned’ daar ineens afgeklopt?) en de romance tussen ‘Ned’ en ‘Maria’ komt niet altijd goed gebalanceerd over), maar puike acteerprestaties en de heerlijke climax maken erg veel goed.

Weetjes:
- Het is in Samuel Pepys’ dagboek (de man heeft echt bestaan), dat we informatie kunnen lezen over het Londen van de 17de eeuw en ook Ned Kynaston. Je kunt het hier nalezen (als een blog) en zelfs comments aan toevoegen!
- Kate Winslet zou oorspronkelijk de rol van Maria op zich nemen, maar ze verliet het project net voor het filmen.
- Billy Crudup zou naar verluid de rol van ‘Jack’ in Titanic geweigerd hebben. Hij zelf zegt hierover erg bescheiden "If I had done Titanic it would have made, probably, $200,000 --worldwide. So I think my life would have been very, very similar."

Links:
- Reelviews
- BBC
- Variety
- Hollywood Reporter
- Roger Ebert

---
Stage Beauty (2004)

Van Richard Eyre

Met Billy Crudup (Edward ‘Ned’ Kynaston), Claire Danes (Maria), Rupert Everett (Charles II), Tom Wilkinson (Thomas Betterton), Hugh Bonneville (Samuel Pepys), Zoe Tapper (Nell Gwyn), Ben Chaplin (George Villiars, Duke of Buckingham), Richard Griffiths (Sir Charles Sedley), Edward Fox (Sir Edward Hyde), …

Script door Jeffrey Hatcher, naar zijn toneelstuk “Complete Female Stage Beauty”

Muziek door George Fenton

20:55 Gepost door Lachesis Benton | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |